Deze week schreef de heer Jerry Joseph, een regelmatige lezer van mijn blog en gewaardeerd deelnemer aan de discussie, een lange en prikkelende reactie. Heel kort samengevat zegt hij: de moeilijke positie van ons pensioenfonds bestaat niet. Het is allemaal flauwekul, want er komt al jaren veel meer geld binnen dan eruit gaat.
Laat ik beginnen met de opmerking dat de heer Joseph op één punt volstrekt gelijk heeft. Er komt inderdaad veel meer geld binnen dan we uitkeren. In 2011 ontving PFZW aan premie ruim 4,9 miljard euro. Aan pensioenuitkeringen werd datzelfde jaar 2,55 miljard euro uitgegeven. U kunt die cijfers hier zelf teruglezen in het onlangs gepubliceerde jaarverslag.
Twintig, dertig, veertig jaar
Maar betekent dat ook dat het pensioenfonds kerngezond is, zoals de heer Joseph stelt? Het antwoord daarop is simpel: nee, dat betekent het niet. Voor de AOW-uitkering betalen de werknemers van vandaag premie, waarmee de uitkering aan de gepensioneerden van vandaag wordt betaald. Daar telt dus wat elk jaar binnenkomt, en wat elk jaar wordt uitbetaald.
Maar bij een pensioenfonds zoals PFZW, werkt het heel anders. De premie die u vandaag inlegt, samen met uw collega’s en uw werkgever, is bedoeld om de pensioenen over twintig, dertig of veertig jaar te kunnen betalen. Dat geld blijft tot die tijd in het pensioenfonds en wordt belegd om het te laten groeien.
Jong
PFZW is een relatief jong pensioenfonds. Dat betekent dat er op dit moment meer werknemers zijn die premie betalen, dan gepensioneerden die een uitkering ontvangen. Dát is de reden dat er nu meer geld binnenkomt dan eruit gaat. Maar de komende tientallen jaren komen er bij PFZW steeds meer gepensioneerden. En daar is straks het geld voor nodig dat vandaag binnenkomt.
Graadmeter
De enige graadmeter die duidelijk laat zien hoe gezond een pensioenfonds is, is de dekkingsgraad. We delen daarvoor het totale vermogen van PFZW door het bedrag dat we nu opzij moeten zetten om alle toekomstige pensioenen te kunnen betalen. De uitkomst van die som moet minimaal 105% zijn, zo staat in de wet. Met andere woorden, voor iedere euro die we in de verre toekomst aan pensioen moeten betalen, moeten we nu 1,05 euro in kas hebben. Eind april van dit jaar was de dekkingsgraad van PFZW 96%. Er was dus voor elke benodigde euro maar 96 cent in kas. Dus laten we eerlijk zijn: PFZW heeft wél een probleem.
Het probleem zit momenteel niet bij het vermogen. Er is zelfs meer in kas dan ooit. Maar vandaag de dag moeten we voor de pensioenen van de toekomst heel veel extra geld opzij zetten. Pensioen opbouwen is dus duurder geworden. Dat komt door de lage rente en doordat we steeds langer leven. Over hoe het werkt met die rente leest u hier meer. Over het langer leven schreef ik hier ook al eerder.
Geen glazen bol
Uiteraard weten we niet precies hoe oud mensen in de toekomst zullen worden. We hebben helaas geen glazen bol. En we weten ook niet precies hoe de rente zich zal ontwikkelen. Dat weet geen enkel pensioenfonds. Daarom staat in de wet hoe we met die onzekere toekomst om moeten gaan. Een van die regels is dat we moeten rekenen met de rente van vandaag. En juist omdat die zo laag is, moeten we nu veel extra geld reserveren.
Wat dat betreft heeft de heer Joseph misschien wel gelijk: het is maar de vraag of die extreem lage rente van vandaag iets zinnigs zegt over de rente in de toekomst. Het kan de komende 100 jaar allemaal heel anders zijn. Misschien rekenen we nu te somber, maar misschien ook niet. Ik durf daar niet op te gokken, om zo de rekening door te schuiven naar de toekomst. Als dat van de wet al zou mogen…
Tot slot: afgelopen week was ik te gast bij Via Reva in Apeldoorn, op een voorlichtings- en discussiebijeenkomst van PFZW. We spraken daar met deelnemers over een nieuwe pensioenregeling voor de sector. Daarover in mijn blog de volgende keer meer.
Peter Borgdorff
Directeur Pensioenfonds Zorg en Welzijn